De onderdelen van de achterderailleur

De achterderailleur is een prachtig, maar complex staaltje techniek. Wanneer jij een commando geeft met je hendels op het stuur (waarover je alles leest in de shifters koopgids), komt de derailleur in actie. Om te begrijpen welke derailleur je nodig hebt, is het goed om te weten uit welke hoofdelementen dit onderdeel bestaat:

  • Het parallellogram: Dit is het scharnierende 'lichaam' van de derailleur dat aan het frame van je fiets is bevestigd. Door het aantrekken of vieren van een stalen schakelkabel (of via een motortje bij elektronische varianten) beweegt dit parallellogram naar binnen of naar buiten, exact loodrecht onder de kransjes van je cassette.
  • De kooi (cage): Aan de onderkant van het parallellogram hangt de derailleurkooi. De lengte van deze kooi is cruciaal, maar daarover in het volgende deel meer.
  • De derailleurwieltjes (jockey wheels): Binnen in de kooi zitten twee kleine tandwieltjes. Het bovenste wieltje is het geleidewieltje; dit exemplaar duwt de ketting daadwerkelijk opzij naar het volgende tandwiel. Het onderste wieltje is het spanwieltje; deze wordt door een uiterst sterke veer naar achteren getrokken en zorgt ervoor dat je ketting altijd strak gespannen blijft, of je nu op je grootste of kleinste tandwiel rijdt.

De voorderailleur: klassiek of overbodig?

Naast de achterderailleur zijn traditionele racefietsen ook altijd voorzien van een voorderailleur. Deze is aanzienlijk simpeler van opzet. Het is in de basis een sterke, stalen kooi die de ketting simpelweg van het ene naar het andere voorblad 'duwt'. Waar je bij een achterderailleur vooral moet letten op de kooilengte, draait het bij het kopen van een nieuwe voorderailleur voornamelijk om de montagewijze op je frame. Hier bestaan twee harde standaarden in:

  • Aanlas (Braze-on): Het frame van je fiets is hierbij voorzien van een vast, uitstekend aluminium of carbon nokje. Je schroeft de voorderailleur hier simpelweg met één boutje en een gebogen ringetje in vast. Dit is de absolute standaard op vrijwel alle moderne carbon racefietsen.
  • Klemband (Band-on of Clamp-on): Oudere fietsen, of frames van aluminium en staal, hebben dit vaste nokje vaak niet. Hierbij moet je een voorderailleur kopen met een geïntegreerde metalen klemband die je volledig om de staande zadelbuis van je frame klemt. Let hierbij in de werkplaats extreem goed op de diameter van je framebuis (veelvoorkomende maten zijn 31.8mm of 34.9mm), anders past de klem simpelweg niet.

De opmars van 1x: het einde van de voorderailleur?

Hoewel de voorderailleur op de racefiets voorlopig niet weg te denken is (wielrenners hebben baat bij zeer kleine, vloeiende stappen tussen hun versnellingen voor de perfecte cadans), zien we op onverhard terrein een compleet andere trend. In de gravel- en mountainbikewereld heeft de zogeheten '1x' (one-by) aandrijving de markt nagenoeg volledig overgenomen.

Door het weglaten van de voorderailleur én de linker shifter, bespaar je gewicht en heb je veel minder kans op mechanische weigeringen door modderophoping. Bovendien valt een ketting er met een speciaal enkelvoudig voorblad aanzienlijk minder snel af. Een gigantische cassette op het achterwiel met een derailleur met een extra lange kooi vangt hierbij het verlies in versnellingsbereik probleemloos op.

Korte, middellange of lange kooi?

Wanneer je een nieuwe achterderailleur gaat kopen, kom je er al snel achter dat simpelweg het juiste merk en het juiste aantal versnellingen selecteren niet voldoende is. Binnen een specifieke groepset (bijvoorbeeld Shimano Ultegra of SRAM Force) heb je namelijk vaak de keuze uit verschillende uitvoeringen van dezelfde derailleur. Het grote verschil zit hem hierbij in de lengte van de derailleurkooi. Welke kooi je nodig hebt, is honderd procent afhankelijk van de grootte van je tandwielen.

De drie kooilengtes (SS, GS, SGS) uitgelegd

De lengte van de kooi bepaalt hoeveel 'slappe ketting' de derailleur kan opvangen. Hoe groter de tandwielen zijn waar je ketting overheen moet, hoe langer de ketting in zijn totaliteit moet zijn. Als je vervolgens naar je allerkleinste versnelling schakelt, houd je een groot stuk ketting over. Het spanwieltje onderin een lange kooi kan veel verder naar achteren bewegen om deze overgebleven ketting strak te trekken dan een korte kooi. We onderscheiden drie varianten:

  • Korte kooi (SS - Short Cage): Deze wordt voornamelijk gebruikt op pure racefietsen voor het vlakke werk of criteriums. Een korte kooi is iets lichter, aerodynamischer en schakelt een fractie strakker. Hij is echter uitsluitend geschikt voor kleine race-cassettes (bijvoorbeeld 11-25T of maximaal 11-28T).
  • Middellange kooi (GS - Medium Cage): Dit is tegenwoordig de absolute standaard op de moderne racefiets en snelle gravelbike. Omdat we tegenwoordig allemaal graag een lichter klimverzet monteren, is de middellange kooi ontworpen om moeiteloos te werken met cassettes tot 11-34T of soms zelfs 11-36T.
  • Lange kooi (SGS - Long Cage): Deze zie je uitsluitend in het bos en op ruige gravelpaden. Met de opkomst van de 1x aandrijving zagen we de introductie van gigantische bergverzetten op het achterwiel (bijvoorbeeld 10-51T of 10-52T). Om de immense hoeveelheid ketting die hiervoor nodig is strak te houden, is een uiterst lange derailleurkooi absoluut noodzakelijk.

Wiskunde in de werkplaats: De capaciteit berekenen

Om zeker te weten dat je de juiste derailleur bestelt, hoef je gelukkig niet te gokken. Je kunt dit simpelweg berekenen. Bij de technische specificaties van elke achterderailleur staat een zogenaamde Totale Capaciteit (Total Capacity) vermeld in het aantal tanden (bijvoorbeeld: 'Capaciteit: 39T').

De benodigde capaciteit voor jouw specifieke fiets bereken je door het verschil in tanden op je crankstel (de voorbladen) op te tellen bij het verschil in tanden op je cassette (het achterwiel).

De magische formule

(Grootste krans achter - Kleinste krans achter) + (Grootste voorblad - Kleinste voorblad) = Benodigde Capaciteit

Laten we dit verduidelijken met een rekenvoorbeeld van een veelvoorkomende racefiets-setup. Stel, je fietst met een compact crankstel (50 en 34 tanden voor) en je wilt voor je vakantie in de Alpen een nieuwe 11-32T cassette monteren.

  1. Verschil op de cassette: 32 - 11 = 21 tanden.
  2. Verschil op het crankstel: 50 - 34 = 16 tanden.
  3. Tel deze bij elkaar op: 21 + 16 = 37 tanden.

Jouw fiets heeft met deze nieuwe bergcassette dus een achterderailleur nodig met een Totale Capaciteit van minimaal 37 tanden. Daarnaast moet je altijd checken wat de specificatie 'Maximale grootte tandwiel' (Max Rear Cog) van de derailleur is. Ook deze moet in dit voorbeeld 32T of groter zijn. Ligt je berekende capaciteit hoger dan wat de fabrikant voorschrijft voor een SS (korte) kooi? Dan ben je verplicht om een GS (middellange) of SGS (lange) variant te monteren om te voorkomen dat je derailleur op de grote versnellingen finaal afbreekt.

Offroad-techniek, Clutch-mechanismen en Elektronische motoren

Waar een derailleur op een gladde asfaltweg in relatieve rust zijn werk kan doen, is het leven van dit component in het bos of op ruige gravelstroken een ware martelgang. Trillingen, opspattende stenen, modder en extreme krachten proberen het schakelmechanisme continu te ontregelen. Om de aandrijflijn onder deze omstandigheden in het gareel te houden, hebben fabrikanten de afgelopen jaren briljante offroad-technieken ontwikkeld.

De Clutch: Het einde van een klapperende ketting

Als je vroeger met je mountainbike een stenenpad afdenderde, hoorde je continu een luid, metalig geklapper. Dit was de ketting die, door het inveren van de standaard derailleurkooi, keihard tegen het frame (de liggende achtervork) sloeg. Dit zogenaamde chain slap beschadigde niet alleen de lak, maar zorgde er ook voor dat de ketting regelmatig van de tandwielen viel.

De oplossing hiervoor is de clutch (een wrijvingskoppeling of kettingstabilisator). Deze techniek verhoogt de veerspanning in de kooi aanzienlijk en voorkomt dat deze zomaar naar voren kan klappen bij grote schokken. Je ketting blijft hierdoor altijd superstrak gespannen. Tegenwoordig is een derailleur met een clutch absoluut onmisbaar op elke gravelbike en mountainbike (vooral bij 1x setups). De grote merken pakken dit elk op hun eigen manier aan:

  • Shimano (Shadow RD+): Bij Shimano herken je deze derailleurs aan een klein grijs hendeltje. Je kunt de clutch hiermee fysiek aan- en uitzetten. Dit is erg handig, want met de clutch uitgeschakeld kun je het achterwiel veel makkelijker uit de fiets halen.
  • SRAM (Type 3 / Roller Bearing Clutch): De clutch van SRAM staat altijd ingeschakeld en biedt een enorme weerstand. Om hierbij toch eenvoudig je wiel te kunnen demonteren, heeft SRAM de handige Cage Lock bedacht; een klein knopje waarmee je de uitgerekte kooi tijdelijk kunt vergrendelen zodat de spanning van de ketting verdwijnt.

Het einde van de derailleurpad: UDH en T-Type

De traditionele derailleur wordt gemonteerd aan een klein, buigzaam aluminium plaatje: de derailleurpad (derailleur hanger). Dit plaatje is ontworpen om te verbuigen of af te breken bij een valpartij, om zo te voorkomen dat je dure carbon frame scheurt. Het nadeel is dat het een kwetsbaar onderdeel is; de minste of geringste verbuiging leidt direct tot een haperende versnelling. Om hierin orde te scheppen, introduceerde SRAM de UDH (Universal Derailleur Hanger), wat inmiddels de standaard is op vrijwel alle moderne frames.

SRAM is onlangs echter nóg een stap verder gegaan en heeft de kwetsbare derailleurpad volledig geëlimineerd met hun nieuwe T-Type (Transmission) derailleurs. Deze klemmen direct en onverwoestbaar om de achteras van het frame. Meer over deze revolutionaire techniek lees je in onze SRAM mountainbike groepsets koopgids. Ben je meer gecharmeerd van het Japanse aanbod in de bossen? Check dan zeker de Shimano mountainbike groepsets koopgids.

Mechanisch versus Elektronisch: De opmars van de motor

Een andere enorme sprong voorwaarts is de verschuiving van mechanische (kabelgestuurde) naar elektronische derailleurs. Bij systemen zoals Shimano Di2 en SRAM AXS is de stalen schakelkabel vervangen door een klein, uiterst precies elektromotortje in het parallellogram van de derailleur. Dit biedt gigantische voordelen:

  • Auto-trimming (Automatisch uitlijnen): Waar een mechanische kabel na verloop van tijd uitrekt (waardoor je de spanning handmatig moet bijstellen voor het perfecte schakelgevoel), doet een elektronische derailleur dit allemaal zelf. De motor lijnt de derailleurkooi altijd op de millimeter nauwkeurig uit (auto-trim), waardoor je ketting nooit meer tegen de voorderailleur aanloopt of ratelt op de cassette.
  • Schakelen onder druk: Elektronische systemen zijn veel krachtiger. Zeker met de komst van zware e-bikes, waarbij de middenmotor een extreem hoog koppel op de ketting zet, is elektronisch schakelen een uitkomst. De motor in de derailleur ramt de ketting zonder aarzeling naar het volgende kransje. Overweeg je zo'n krachtpatser? Lees je dan eerst goed in via de elektrische mountainbike koopgids.

Praktisch koopadvies: compatibiliteit, afstelling en onderhoud

Je weet nu hoe een derailleur werkt, welke kooilengte je nodig hebt en welke technieken de ketting in het gareel houden. Voordat je echter overgaat tot de aanschaf van een vervangend exemplaar, of zelf met gereedschap aan de slag gaat, zijn er een aantal gouden regels in de werkplaats die je een hoop frustratie (en geld) kunnen besparen.

Compatibiliteit: De keiharde wet van de Cable Pull Ratio

Een veelgemaakte fout is het lukraak mixen van derailleurs en shifters. Je kunt een mechanische derailleur van Shimano nooit bedienen met een shifter van SRAM (of andersom). De reden hiervoor is de Cable Pull Ratio. Dit is de exacte hoeveelheid stalen kabel die de shifter aantrekt per klik, en de hoeveelheid zijwaartse beweging die de derailleur maakt per millimeter aangetrokken kabel.

Elk merk spreekt hierin een andere mechanische taal. Zelfs binnen hetzelfde merk kun je in de problemen komen: een Shimano 11-speed mountainbike-derailleur werkt niet samen met een Shimano 11-speed racefiets-shifter. De kabeltrek is simpelweg anders geprogrammeerd. Zorg er dus voor dat je shifters en derailleurs altijd van exact hetzelfde merk, en het liefst uit dezelfde productfamilie (bijvoorbeeld specifieke weggroepen of specifieke MTB-groepen) komen.

De nasleep van een val: Controleer de derailleurpad

Je fiets is omgevallen of je bent hard onderuit gegaan, en plotseling ratelen al je versnellingen. De eerste reactie is vaak: "Mijn derailleur is kapot en ik moet een nieuwe kopen." In negen van de tien gevallen is dit echter onjuist! Zoals we in het vorige deel bespraken, hangt de derailleur (bij frames zonder T-Type of UDH) aan een fragiel aluminium plaatje: de derailleurpad.

Dit padje is bewust ontworpen om te verbuigen bij een impact. Als het padje ook maar een millimeter scheef staat, staat de hele derailleurkooi scheef onder je cassette, wat resulteert in waardeloos schakelgedrag. Breng je fiets in dit geval naar de fietsenmaker om het padje te laten richten met een speciaal kalibratiegereedschap (een padrichter), of bestel voor een paar tientjes een exact vervangend padje voor jouw specifieke frame. De kans is groot dat je derailleur zelf de klap gewoon overleefd heeft.

Slijtage: Wanneer vervang je de derailleurwieltjes?

Een derailleur gaat over het algemeen jarenlang mee, maar de twee kleine derailleurwieltjes (jockey wheels) in de kooi zijn echte slijtage-onderdelen. Omdat de ketting hier continu onder spanning overheen rolt, slijten de tanden van deze kunststof of aluminium wieltjes op den duur af. Zien de tandjes eruit als scherpe ninja-sterren in plaats van stompe tanden? Dan is het tijd voor vervanging.

Versleten derailleurwieltjes zorgen voor enorm veel speling, waardoor de derailleur de ketting niet meer strak en direct naar het volgende kransje kan sturen. Je hoeft hiervoor niet de hele derailleur weg te gooien; je kunt de wieltjes eenvoudig zelf losdraaien en vervangen. Vergeet niet om ook regelmatig de conditie van je ketting te controleren. Een versleten ketting vreet je derailleurwieltjes namelijk extra snel op. Lees hiervoor onze fietsketting kopen tips.

Afstelling in een notendop: H, L en B-tension

Als je een nieuwe achterderailleur installeert, moet deze uiterst precies worden afgesteld. Naast de kabelspanning draait dit om drie cruciale stelschroefjes op de achterkant van de derailleur (meer over algemeen sleutelen vind je in onze fietsonderhoud tips):

  • De H-schroef (High): Deze limietschroef bepaalt hoe ver de derailleur naar 'buiten' mag bewegen (richting het kleinste kransje). Staat deze verkeerd, dan valt je ketting tussen de cassette en je frame.
  • De L-schroef (Low): Deze limietschroef voorkomt dat de derailleur te ver naar 'binnen' klapt (richting het grootste kransje). Een foute afstelling hier is catastrofaal: de derailleur knalt dan in de spaken van je achterwiel.
  • De B-tension schroef: Vaak vergeten, maar uiterst cruciaal. Deze schroef regelt de verticale afstand tussen het bovenste geleidewieltje en de cassette. Staat het wieltje te ver weg, dan schakelt de fiets traag en sloom. Staat het wieltje te dichtbij, dan gaat het geheel ratelen en schuren. Dit steekt, zeker bij grote 12-speed cassettes, op de millimeter nauw.

Maak het plaatje compleet

Je hebt inmiddels de kennis in huis om het perfecte meesterbrein voor je aandrijflijn te selecteren. Wil je na deze technische spoedcursus het grotere plaatje zien en begrijpen hoe al deze fietsonderdelen samensmelten tot de perfecte tweewieler? Neem dan al je opgedane kennis mee en duik in onze ultieme, overkoepelende racefiets koopgids. Zo sta jij straks niet alleen met een perfect afgestelde derailleur in de werkplaats, maar met een droomfiets op het asfalt of in de bossen!

Terug naar Koopgids