Tijdens die razendsnelle wissels (T1 van zwemmen naar fietsen, en T2 van fietsen naar lopen) heb je absoluut geen tijd om je uitgebreid te gaan omkleden in een wisselzone. Of je nu traint voor een korte, explosieve sprinttriatlon (1/8e) of de heroïsche volledige Ironman ambieert; een speciale uitrusting die voor alle drie de sporten geschikt is, is onmisbaar. Centraal in deze technische garderobe staat het trisuit.
Een trisuit is een geavanceerd kledingstuk dat je van het startschot tot aan de finishlijn aanhoudt. Het is gemaakt van aerodynamische, waterafstotende compressiestof. Dit materiaal ondersteunt je spieren en droogt na de zwembeurt razendsnel op in de rijwind op de fiets. In de winkel zul je ontdekken dat deze outfits grofweg in twee smaken komen: een eendelig pak (uit één stuk) of een tweedelige set (een losse top en een broekje).

Het grootste geheim, en tevens de allerbelangrijkste eigenschap van een goed trisuit, zit verstopt in het kruis: de zeem. Waar een standaard wielerbroek een dikke, sterk dempende padding heeft, is de triatlon-zeem aanzienlijk dunner en compacter. Dit is een briljant en noodzakelijk compromis.
Een dikke, traditionele fietszeem zou zich tijdens het zwemonderdeel namelijk direct volzuigen met water als een zware spons. En erger nog: tijdens het hardlopen zou die massieve pad tussen je benen enorm gaan schuren, waardoor je noodgedwongen gaat rennen als een waggelende pinguïn. De dunnere fleece-achtige triatlon-zeem biedt nét genoeg verlichting voor je zitbotjes op het zadel, neemt vrijwel geen vocht op en zit totaal niet in de weg tijdens de afsluitende kilometers op je hardloopschoenen.
De wedstrijd begint steevast in het water, en voor veel triatleten is dit mentaal het zwaarste onderdeel. Gelukkig hoef je niet altijd in enkel je dunne trisuit het koude, open water in te duiken. Sterker nog, afhankelijk van de watertemperatuur is het dragen van een neopreen wetsuit vaak toegestaan en soms zelfs verplicht door de bond om onderkoeling te voorkomen. Wordt het water in de zomer echter te warm (vaak boven de 22 of 24 graden, afhankelijk van de wedstrijdafstand), dan geldt er een verbod om oververhitting tegen te gaan.
Een wetsuit dat specifiek is ontworpen voor de triatlon verschilt wezenlijk van een pak dat je gebruikt om te surfen of te duiken. Voor een triatleet is dit pak niet zomaar thermische kleding; het is een tactisch wapen dat je aanzienlijk sneller maakt in het water door de volgende eigenschappen:
Let op de pasvorm: Een wetsuit moet op het droge eigenlijk oncomfortabel strak zitten. Zitten er vouwen in de stof? Dan zal daar tijdens de wedstrijd water in ophopen. Dit waterzakje werkt als een anker en remt je enorm af. Zorg bovendien voor de juiste lengte bij de armen en benen, en test altijd of de kraag je ademhaling niet afknelt.

Naast je pak is er nog een aantal kleine accessoires dat een wereld van verschil maakt tijdens het zwemonderdeel. Hoewel je tijdens een wedstrijd vaak een felgekleurde badmuts van de organisatie krijgt (zodat ze kunnen zien in welke startgroep je zit), is een eigen exemplaar onmisbaar voor je trainingen.
Je hebt hierbij grofweg drie keuzes:
Maak je zwemuitrusting compleet met een betrouwbare zwembril. Omdat je in open water zwemt, is een bril met iets grotere glazen (voor meer perifeer zicht) en gespiegelde of getinte lenzen (tegen de felle, laaghangende zon) sterk aan te raden. Heb je snel last van je evenwichtsorgaan in koud water? Investeer dan direct in een setje siliconen oordoppen en eventueel een neusklem om desoriëntatie na de zwembeurt te voorkomen.
Zodra je uit het water stapt, ren je de wisselzone in voor de beruchte 'T1' (Transitie 1). Je pelt je wetsuit af (als je die droeg) en rent in je natte trisuit naar je fiets. Je hoeft je geen zorgen te maken over een handdoek; het speciale, waterafstotende materiaal van je trisuit droogt binnen enkele kilometers op door de krachtige rijwind. Vanaf nu draait alles om efficiëntie, kracht en aerodynamica.
Een hardnekkige fabel is dat triatleten fietsen zonder klikpedalen om tijd te besparen. Dit is feitelijk onjuist! Net als bij reguliere wielrenners worden triatlonschoenen superstrak vastgeklikt in het pedaal (via systemen als SPD-SL of Look) om geen greintje trapenergie verloren te laten gaan. Toch verschilt een specifieke triatlonschoen fundamenteel van een standaard wielerschoen, en wel om de volgende redenen:
Twijfel je of je direct moet investeren in deze specifieke schoenen, of dat je het voor je eerste wedstrijd ook afkunt met je huidige wielerschoenen? Lees dan de uitgebreide afweging: zijn triatlon fietsschoenen nodig of niet?
Bij het fietsonderdeel worden torenhoge snelheden behaald. Een goedgekeurde fietshelm is daarom niet alleen uiterst verstandig, het is een bikkelharde verplichting; zonder de kinband van je helm vast te klikken, mag je de wisselzone niet eens met je fiets verlaten. Let er bij aanschaf op dat de helm voldoet aan de Europese EN-1078 veiligheidsnorm (de oude Amerikaanse ANSI-norm die je nog wel eens in verouderde blogs leest, is hier niet de wettelijke standaard). Veel triatleten kiezen voor speciale aerodynamische helmen (zogenaamde tijdrit- of druppelhelmen) om de luchtweerstand te minimaliseren. Zoek je een veilige, allround instapper? Verdiep je dan in betrouwbare modellen zoals de Giro Savant MIPS fietshelm.
Naast je hoofd hebben ook je ogen constante bescherming nodig. Een sportbril is onmisbaar tegen de snijdende rijwind, opspattende steentjes, insecten en schadelijke UV-straling. Omdat het weer tijdens een urenlange wedstrijd drastisch kan omslaan, zweren veel triatleten bij een fietsbril met zogenaamde 'fotochromatische' lenzen (meekleurende glazen). Deze lenzen worden automatisch donkerder bij fel zonlicht en lichten weer op zodra je onder een dicht bladerdek fietst of wanneer het begint te regenen. Zo heb je altijd perfect zicht zonder dat je tussendoor lenzen hoeft te wisselen.
Na het fietsonderdeel bereik je de 'T2' wissel. Je parkeert je racefiets, trekt je fietsschoenen uit en maakt je klaar voor de afsluitende hardloopsessie. Omdat je jouw trisuit de hele wedstrijd aanhoudt, bestaat deze wissel puur uit het aantrekken van je hardloopschoenen en het meepakken van de laatste attributen. Toch kun je ook hier met slimme aanpassingen cruciale secondes besparen en je comfort verhogen.
Na het fietsen voelen je benen vaak aan als lood (dit fenomeen wordt door triatleten de 'brick'-overgang genoemd). Je wilt op dat moment absoluut niet met vermoeide, zweterige vingers hoeven prutsen met het strikken van je veters. De oplossing hiervoor is even simpel als briljant: elastische veters, ook wel 'toggles' of snelsluiters genoemd. Je vervangt voorafgaand aan de wedstrijd je normale veters door deze elastische variant. In de wisselzone schuif je jouw voet met één beweging in de schoen, het elastiek trekt de schoen direct strak rond je wreef en je kunt meteen wegsprinten. Zorg er uiteraard wel voor dat de hardloopschoenen zelf voldoende demping bieden, want de klappen op het asfalt vallen na een zware fietstocht aanzienlijk zwaarder uit dan tijdens een ontspannen zondagse training.
Een accessoire dat nog wel eens over het hoofd wordt gezien door beginners, maar zonder twijfel verplicht is, is de startnummerband (race belt). Bij een triatlon krijg je vaak maar één fysiek startnummer uitgereikt. De reglementen schrijven voor dat dit nummer tijdens het fietsen op je rug moet zitten (voor de wedstrijdcommissarissen op de motoren), maar tijdens het hardlopen duidelijk zichtbaar op je buik moet dragen (voor de finishfoto's en tijdregistratie).
In plaats van onhandig met veiligheidsspelden in je dure, aerodynamische trisuit te prikken, klem je het nummer aan deze elastische riem. Tijdens de T2-wissel draai je de riem simpelweg in één vloeiende beweging van je rug naar je buik. Een bijkomend voordeel is dat veel van deze riemen zijn voorzien van speciale kleine lusjes, waar je perfect je energiegels in kunt klemmen voor de broodnodige brandstof tijdens het lopen.
Tijdens het hardlopen is er geen rijwind meer om je af te koelen en sta je vaak vol in de brandende zon. Een lichte, ademende hardlooppet of een zonneklep (visor) is hier een uitstekende toevoeging. Het beschermt niet alleen je gezicht tegen verbranden, maar een goede zweetband aan de binnenkant voorkomt ook dat er constant prikkend, zout zweet in je ogen druppelt. Gooi bij een verzorgingspost gerust een bekertje koud water over je pet of stop een natte spons onder de rand om je hoofd koel te houden.
Om je krachten optimaal te verdelen tijdens die laatste, loodzware kilometers, is een GPS-sporthorloge of multisport tracker ten slotte je beste vriend op het parcours. Door je hartslag en je actuele tempo per kilometer (pacing) goed in de gaten te houden, voorkom je dat je in je enthousiasme veel te snel van start gaat, en zorg je ervoor dat je na al die uren sterk en vol overtuiging de finishlijn passeert.
Terug naar Wielrennen